Archeobotanisch onderzoek is het onderzoek
van plantaardige resten in een archeologisch kader.
De vraagstellingen zijn altijd van archeologische
aard. De relatie van de mens en zijn natuurlijke
omgeving staat centraal.
De specifieke vraagstellingen betreffen evenals
bij archeozoölogie, de consumptie en de organische
economie in relatie tot milieu en landschap. Hierbij
kunnen handels- en sociale aspecten eveneens een
rol spelen. Het onderzoek draagt bovendien bij aan
de interpretatie van archeologische nederzettingstucturen.
Binnen de archeobotanie is een aantal specialisaties
te onderscheiden met eigen werkwijzen en specifieke
vraagstellingen: het onderzoek van macroresten,
stuifmeelonderzoek (pollenanalyse), het onderzoek
van hout en houtskool en diatomeeënonderzoek.
Incidenteel kunnen andere specialisaties worden
ingezet, zoals het onderzoek van mossen, fytolieten
enz.. Dit is afhankelijk van de vraagstelling en
de mogelijkheden die de vindplaats biedt.
Er zijn raakvlakken met de archeozoölogie,
zowel voor wat betreft de materiaal categorie (eveneens
organisch en vergankelijk), als voor wat betreft
de vraagstellingen. Ook zijn er raakvlakken met
de fysische geografie en bodemkunde en met C-14
datering.