Potelstwegel

genoemd naar het nabijgelegen Potelstbusch, een aangeplant (elzen)-bos
- Omloper 1711 begin 16, art. 17, 40, 42, 49, 87 : ande oostsyde jegens den potelstbusch ende denselve potelst ant noorthende …; een strynck busch … met noch eenen langen strynck oost daeraen synde ghenaempt den Potelstbusch.